Op 18 en 19 februari 2026 kwamen meer dan 70 deskundigen uit België, Duitsland, Luxemburg en Nederland in Aken bijeen om te bespreken hoe informatie over klimaatverandering wordt gebruikt bij het beheer van overstromingsrisico’s. De workshop bood de gelegenheid om benaderingen te vergelijken, ervaringen uit te wisselen en te onderzoeken hoe intensievere grensoverschrijdende samenwerking de klimaatbestendigheid kan ondersteunen. De discussies richtten zich op de praktische toepassing van klimaatscenario’s, de communicatie over overstromingsrisico’s en onzekerheden, en de uitdagingen bij het vertalen van klimaatinformatie naar effectief beleid en maatregelen voor overstromingsrisicobeheer.
De workshop, georganiseerd in het kader van het JCAR ATRACE-programma en ondersteund door nationale en regionale overheden uit de Benelux-landen en Duitsland, bood een platform voor onderzoekers, beleidsmakers en praktijkmensen om van elkaars aanpak te leren en mogelijkheden voor nauwere samenwerking in kaart te brengen.
Leren over de grenzen heen
De workshop werd geopend door Oliver Krischer, minister van Milieu, Natuurbescherming en Vervoer van Noordrijn-Westfalen. In zijn openingswoord benadrukte hij het belang van samenwerking tussen wetenschap en beleid en wees hij op de waarde van grensoverschrijdende kennisuitwisseling bij het aanpakken van klimaatgerelateerde uitdagingen.
![]()
Tijdens het tweedaagse evenement vergeleken de deelnemers hoe verschillende regio’s momenteel klimaatinformatie gebruiken bij het beheer van overstromingsrisico’s. Uit de discussies bleek dat er aanzienlijke verschillen bestaan in de manier waarop klimaatscenario’s worden toegepast: sommige regio’s verwerken toekomstige klimaatprognoses systematisch in hun planning en infrastructuurontwerp, terwijl andere regio’s nog steeds voornamelijk op historische gegevens vertrouwen. Ondanks de diversiteit aan benaderingen stelden de deelnemers verschillende gemeenschappelijke uitdagingen vast, waaronder het communiceren van onzekerheid, het vertalen van klimaatinformatie naar praktische maatregelen en de noodzaak van sterkere coördinatie tussen stroomgebieden en over de landsgrenzen heen.
Een gezamenlijke uitdaging: klimaatinformatie bruikbaar maken
Een terugkerend thema tijdens de workshop was de noodzaak om klimaatinformatie gebruiksvriendelijker te maken.
Terwijl wetenschappers vaak de nadruk leggen op onzekerheid en de complexiteit van klimaatmodellering, benadrukten praktijkmensen het belang van eenvoudige en bruikbare richtlijnen. De deelnemers waren het erover eens dat klimaatscenario’s zo moeten worden gecommuniceerd dat ze de besluitvorming door beleidsmakers, gemeenschappen en beheerders van overstromingsrisico’s ondersteunen.
![]()
Vooral de voorbeelden uit Vlaanderen wekten veel belangstelling. De deelnemers bespraken hoe toekomstige overstromingskaarten nu al worden gebruikt om beslissingen op het gebied van ruimtelijke ordening te ondersteunen en klimaatbestendige ontwikkeling te stimuleren. De Vlaamse aanpak laat ook zien hoe informatie over overstromingsrisico’s openlijk aan burgers kan worden meegedeeld, zonder dat dit ten koste gaat van het vertrouwen en de maatschappelijke draagvlak. Meer in het algemeen benadrukten de deelnemers het belang van het toetsen van de huidige strategieën voor overstromingsrisicobeheer onder toekomstige klimaatomstandigheden, als een praktische manier om ondanks onzekerheid tot robuuste besluitvorming te komen.
Versterking van de grensoverschrijdende samenwerking
Tijdens de workshop werd ook gewezen op de toenemende behoefte aan grensoverschrijdende coördinatie.
Overstromingsrisico’s houden niet op bij bestuurlijke grenzen, en beslissingen die stroomopwaarts worden genomen, kunnen gevolgen hebben voor gemeenschappen stroomafwaarts. De deelnemers benadrukten het belang van het op elkaar afstemmen van aanpakken, het delen van gegevens en het vergroten van het inzicht in hoe klimaatadaptatiemaatregelen naburige regio’s kunnen beïnvloeden.
Er bestond brede overeenstemming over het feit dat nauwere samenwerking zou kunnen bijdragen aan meer samenhang in klimaatscenario’s, overstromingsrisicobeoordelingen en aanpassingsplanning in internationale stroomgebieden. De deelnemers merkten op dat de grootste uitdaging vaak niet de beschikbaarheid van klimaatinformatie zelf is, maar de manier waarop deze wordt gecommuniceerd, vertaald naar besluitvorming en geïntegreerd in beleids-, plannings- en investeringskeuzes.
![]()
Hoe de wetenschap de praktijk kan ondersteunen
Op basis van de belangrijkste inzichten uit de workshop hebben de deelnemers verschillende gebieden geïdentificeerd waarop wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen aan het toekomstige overstromingsrisicobeheer:
- Het ondersteunen van stresstests voor bestaande en geplande maatregelen voor overstromingsbeheer.
- Het evalueren van communicatiestrategieën voor klimaatinformatie.
- Het beoordelen van de effecten stroomopwaarts en stroomafwaarts in grensoverschrijdende stroomgebieden.
- Het onderzoeken van effectieve combinaties van structurele, op de natuur gebaseerde en op verzekeringen gebaseerde maatregelen.
- Onderzoek naar de rol van ruimtelijke ordening en klimaatlabels bij het verbeteren van de veerkracht.
Vooruitblik
De workshop in Aken toonde aan hoe waardevol het is om onderzoekers en praktijkmensen uit heel Noordwest-Europa bij elkaar te brengen. Hoewel de aanpak per regio verschilt, hadden de deelnemers een gemeenschappelijk doel: het vergroten van de veerkracht tegen toekomstige overstromingen in een veranderend klimaat.
Uit de discussies kwam één duidelijke boodschap naar voren: effectief overstromingsrisicobeheer vereist niet alleen betere wetenschap, maar ook betere communicatie, nauwere samenwerking en praktische oplossingen die grensoverschrijdend kunnen worden toegepast.